Proefsleuven graven volgens CROW 500: regels en registratie

Wanneer graaft u een proefsleuf, welke leidingen moet u opzoeken en wat doet u als een leiding anders ligt of ontbreekt? De regels uit CROW 500 op een rij.

Een KLIC-tekening vertelt waar een leiding hoort te liggen. De proefsleuf laat zien waar hij werkelijk ligt. Tussen die twee zit het verschil tussen een gewone werkdag en een graafschade.

Daarom is de proefsleuf geen extraatje voor lastige plekken. CROW 500 schrijft hem altijd voor.

Wat CROW 500 over proefsleuven zegt

De richtlijn Zorgvuldig graafproces (CROW 500) gaat verder dan veel grondroerders denken. Proefsleuven zijn niet alleen nodig bij kruisingen of andere risicovolle punten: ze horen bij elk graafwerk. De richtlijn legt ook vast hoe groot een proefsleuf moet zijn.

De kernregel: staan er op de KLIC-tekening kabels of leidingen binnen 1,5 meter rond uw graafprofiel, dan zoekt u die allemaal op. Niet een paar, niet de grootste, maar allemaal.

Dat sluit aan op de WIBON, die u verplicht de precieze ligging te onderzoeken voordat u machinaal graaft. De wet zegt dát u het moet doen, CROW 500 beschrijft hoe.

Eerst de schep, dan de grijper

Een proefsleuf graaft u met de hand. De schep mag altijd, en moet zelfs: juist daarmee voorkomt u dat de graafmachine een kabel raakt die u nog niet had gezien. Pas als u weet waar de leidingen liggen, gaat de grijper de grond in.

Werk daarbij vanaf de tekening. Zet de betrokken netten in de viewer naast elkaar en bepaal per leiding waar u hem verwacht. Hoe u de kleuren en themakaarten leest, staat in een KLIC-melding lezen.

Drie situaties en wat u dan doet

Wat u in de proefsleuf aantreft, bepaalt de volgende stap.

1. U vindt een leiding niet die u wel verwachtte. Graaf niet verder op goed geluk. Neem contact op met de betreffende netbeheerder. Die moet op zijn beurt iemand sturen om u te helpen de leiding te vinden.

2. Een leiding ligt anders dan verwacht. Meld de afwijkende ligging, ook als het verschil klein lijkt. Een afwijking van een halve meter die u niet doorgeeft, is een valkuil voor de volgende ploeg die op die plek graaft.

3. U vindt een leiding die niet op de tekening staat. Ook die meldt u. Een net dat ontbreekt op de tekening is precies de informatie die de keten nodig heeft om de registratie te verbeteren.

Vastleggen op de plek zelf

Een proefsleuf is pas iets waard als u vastlegt wat u hebt gevonden. Bij een incident of discussie telt niet wat u hebt gedaan, maar wat u kunt laten zien.

Leg daarom op locatie vast:

  • waar de proefsleuf is gegraven;
  • welke leidingen u hebt aangetroffen en waar;
  • welke afwijkingen, ontbrekende netten of beschadigingen u hebt gevonden;
  • met wie u contact hebt gehad als een leiding niet te vinden was.

Nauwkeurigheid maakt daarbij het verschil. GIS-specialist Stef de Wildt over inmeten met RTK-GPS: “inmeten is een kwestie van één druk op de knop, direct verwerkt in het juiste Amersfoortse Rijksdriehoekscoördinaten (RD) formaat.” Een afwijking die u op de centimeter vastlegt, helpt de volgende ploeg. Een afwijking op een handgetekende schets is bij de derde overname zijn waarde kwijt.

In DiaFlow Mobile KLIC registreert de monteur proefsleuven, afwijkende liggingen, ontbrekende netten en graafschades direct op de kaart, op de plek waar hij staat. Zo groeit het dossier tijdens het werk, in plaats van achteraf op kantoor.

Waarom het loont

Bij waterbedrijf Oasen gaat het om transportleidingen voor het drinkwater van zo'n 750.000 klanten. Sinds de monteurs de kabels en leidingen op hun tablet zien en hun bevindingen digitaal vastleggen, ligt de graafschade er meer dan 40% lager.

De proefsleuf is daarin het moment van de waarheid. Hoe hij past in het hele graafproces, van melding tot dossier, leest u in CROW 500: wat de richtlijn zorgvuldig graven van u vraagt.

Gerelateerde artikelen